Claudine gaat met pensioen, na bijna 35 jaar dienst in onze bibliotheek. Op woensdag 9 augustus zit ze voor de laatste keer aan de balie. Kom je haar tussen 14u en 19u uitzwaaien in de volwassenafdeling?
We blikken met Claudine, bij een goede kop koffie, nog eens terug op haar loopbaan in de bib.
Claudine, kan je je nog jouw eerste dag in de bibliotheek herinneren?
Mijn loopbaan begon in het onderwijs, maar ik vond er mijn draai niet. Toen ik aan de slag kon in de bibliotheek in de Hoeve Vandewalle voelde het als thuiskomen. De bib is mijn ideale biotoop. Ik begon als vrijwilliger en werd kort daarna als Gesco tewerkgesteld op 1 december 1988. Ik kwam in het team terecht van bibliothecaris Philip Gheskiere, met onder andere pioniers meester Staelens, Caroline Staelens en Christine Deylgat. Van in hun kinderjaren werkten zij al vrijwillig in de bibliotheek in de ‘barakken’ achter de oude jongensschool. Stuk voor stuk heel gepassioneerde mensen die mijn liefde voor de bibliotheekwereld deelden. Dat was een bijzondere start.
Wat betekent een bibliotheek voor jou? Wat zijn haar kerntaken?
De bibliotheek is een schatkamer. Een schatkamer die voor iedereen toegankelijk is. Als bib zijn wij de meest laagdrempelige culturele instelling. Daar zijn we trots op.
Van in het begin werden onder de leiding van Philip al meteen de belangrijkste krijtlijnen uitgezet, rekening houdend met de capaciteit van onze bib: een mooie, verzorgde collectie, een goede service tijdens de uitleendienst en inzetten op leesbevordering naar de jeugd toe.
Dit is meteen één van onze belangrijkste kerntaken: het stimuleren van leesplezier. Dat doen we onder andere via begeleide klasbezoeken en voorleessessies. In de jaren 90 schreef auteur Aidan Chambers twee belangrijke boeken daarrond: ‘De leesomgeving: hoe volwassenen kinderen kunnen helpen van boeken te genieten’ en ‘Vertel eens: kinderen, lezen en praten’. Ik volgde toen de opleiding kinderboekenwerker en kon zijn lezing in Gent bijwonen. Wat me vooral bijbleef is dat hij kinderen als volwaardige gesprekspartners beschouwt die hun eigen leessmaak mogen ontwikkelen. Sindsdien vormden de lievelingsboeken van de kinderen die met de klas op bezoek kwamen mijn uitgangspunt, mijn kapstok waarrond ik het bibverhaal opbouwde, aangevuld met voorleesmomenten en boekentips. Zo ontstond er een dialoog, een kruisbestuiving rond leesplezier.
Thuis heb ik het boek ‘In één adem uit’ liggen. Auteur Daniel Pennac heeft het over de rechten van de lezer. Eén ervan is ‘het recht om een boek niet uit te lezen’. Kinderen en jongeren verplichten om boeken te lezen die hen niet aanspreken, werkt averechts. Geef ze richting – die hebben ze nodig – en de keuzevrijheid om vandaaruit te kiezen wat ze echt graag willen lezen. Verleiden tot lezen is zoveel sterker dan dwingen.
De bibliotheek krijgt de laatste jaren steeds meer andere invullingen. Ik kan mij vinden in de bib als belevenis en als ontmoetingsplaats, maar de krijtlijnen van vroeger houden nog altijd stand. Als kleine bib kunnen en moeten we ons niet meten met de grotere collega’s van centrumsteden. We hebben vaak niet voldoende middelen, ruimte en personeel om zoveel diverse bibliotheektaken op ons te nemen. En als we dan toch moeten kiezen, dan zetten we best in op een sterke collectie.
35 jaar dienst, dan heb je enkele wijzigingen meegemaakt. Wat is de grootste wijziging?
Zonder twijfel de digitalisering. ICT moet ten dienste staan van de mensen en niet omgekeerd. Maak het de bezoekers zo eenvoudig mogelijk. Niet altijd vanzelfsprekend. Soms voelen leners zich onzeker, wat niet nodig is, want als bibmedewerkers willen wij ze begeleiden en helpen die stappen te zetten. De pc is een middel en geen doel op zich en dat evenwicht moeten we blijven bewaken.
Welke onderdelen van jouw takenpakket heb je het liefst gedaan?
Door onze ervaring en contacten in het onderwijs kon ik samen met collega Caroline de educatieve functie van de bibliotheek uitwerken. Ik haalde veel voldoening uit het voorbereiden en begeleiden van klasbezoeken en het uitwerken van de jeugdboekenweek. We keken altijd uit naar de auteurslezingen. Schrijvers ontmoeten was niet alleen voor ons, maar vooral voor de kinderen een feest. Achteraf waren we getuige van de positieve impact die zo’n ontmoeting heeft op jonge lezers.
Ik lees graag voor. Niet alleen aan kinderen, maar ook aan jongeren en volwassenen. Op voorlezen staat geen leeftijd. Dat vormde soms een uitdaging, maar het was fijn om hen mee op sleeptouw te nemen en nieuwe dingen te laten ontdekken.
Collectievorming is een groot onderdeel van mijn takenpakket. Mijn ‘antennes’ staan altijd aan. Bij het televisie kijken, de krant lezen, een podcast beluisteren, een andere bibliotheek bezoeken,… altijd vraag ik me af: zou dit iets voor onze bib of collectie kunnen zijn? Het gaat vanzelf, het zit blijkbaar in mijn DNA.
Op een bepaald moment maakte ik me de bedenking dat al die nieuwe boeken tegen de zomer grotendeels in de rekken verdwijnen. In 2001 startten we met ‘Warm aanbevolen’. Door alle genres heen bieden we de bezoekers het beste aan van wat sinds vorige zomer verscheen. Zo gebeurt het regelmatig dat lezers iets meenemen dat ze anders misschien laten liggen. Ook dat is een actieve vorm van leesbevordering, mensen uitdagen om buiten de lijntjes te kleuren.
Net als met Gedichtendag. Ik heb een boon voor poëzie. Voor elke lezer is er wel een passende dichter te vinden.
Weet je, bibliotheekwerk is een vak. Doorheen de jaren kon ik via opleidingen en contact met andere bibliotheekmensen daarin groeien. De laatste jaren is het stil geworden. Ik vraag me af of de jongere generaties nog wel voldoende kansen krijgen wat dat betreft. De naweeën van Corona zitten daar voor iets tussen, het wegvallen van de provincies, besparingen. Hopelijk neemt men snel die draad weer op.
Zijn er zaken die jou zijn bijgebleven?
Onze jaren in Hoeve Vandewalle zijn legendarisch. We hebben jaren moeten wachten op een nieuwe bibliotheek, waardoor we lange tijd moesten roeien met de riemen die we hadden. Maar we waren een heel creatief team, op alle vlakken. We deden het werken en dat gaf veel voldoening.
Daar kregen we in 1994 voor het eerst Bart Moeyaert op bezoek. Een schot in de roos. En het begin van een altijddurende bewondering voor zijn talent. ‘Bartje Moeyaertje’ is een begrip onder collega’s.
In 2000 openden we de jeugdboekenweek met een unieke ludieke bende muzikanten. Ze hadden nog geen naam, maar noemden zichzelf van dan af ‘De Letter Geletterden’.
Tijdens de Jeugdboekenweek ‘Recht op boeken’ werkten we met verschillende partners samen aan een project om boeken in te zamelen voor de kinderen van Internaat De Rijzende Ster en voor gezinnen via het Sociaal Huis. Hartverwarmend.
Ik kijk met plezier terug op de samenwerking met Can’art. Ik was naar de boekvoorstelling geweest van de debuutbundel van dichteres Maud Vanhauwaert. Hoe ze dat aanpakte leek me iets voor Can’art en we hebben het er diezelfde avond nog over gehad. Ook de mensen van Can’art waren enthousiast en dat jaar stond Maud op hun programma. Het volgende jaar stonden David Troch en Sylvie Marie met hun poëziepingpong op het podium. Als je zo met je bib je wagentje aan een goed draaiende locomotief kunt hangen, is het een haalbare kaart om naar buiten te komen.
Hoe zal jouw pensioen eruit zien?
Dit is het goede moment om af te ronden. Om tijd te maken en te zorgen voor mijn familie. En ik wil graag meer ruimte in mijn hoofd om zelf te schrijven. Zes jaar geleden begon ik schoorvoetend aan een cursus literaire creatie aan de Academie van Tielt. Schrijven, lezen, praten over auteurs en hun boeken: het loopt allemaal door elkaar en het is bijzonder inspirerend. Ik ga er zeker nog even mee door. En af en toe moet ik gewoon met mijn handen in de aarde wroeten. Mijn tuin zie ik als een verlengstuk van de natuur.
Met welk gevoel vertrek je?
Met een gerust gevoel. De bib is in goede handen. Het huidige team vormt een hechte ploeg met veel potentieel. Maar soms begint het te kriebelen. ‘Vergis je niet’, fluistert een klein stemmetje in mijn hoofd, ‘het is definitief’.
De bib zelf laat ik natuurlijk niet achter mij. Ik kom gewoon via een andere deur weer binnen. Als kind was lezen iets prils, ik deed het vaak stiekem. Maar als jongere en studente kon ik mij uren in een bibliotheek verliezen. Dan keerde ik met een brede glimlach terug naar huis, gelukkig om alle pareltjes die ik ontdekt had. Ik wil nog zoveel lezen! Grasduinen in onze bib, daar kijk ik naar uit.
Is er iets wat je onze leners nog wil toewensen?
Op een avond zat ik aan de balie in de jeugdafdeling. Een klein meisje zei tot haar jongere broertje: ‘Kommekeer kijken! Ik weet een heel mooi boekje staan!’. Dat heldere kinderstemmetje vergeet ik nooit. De essentie van wat een bibliotheek kan zijn voor de mensen: een plek om boeken te ontdekken en daar blij van worden, een bron van troost, herkenning, contact. Goed opgevangen worden door een vriendelijk team. Zodat we een persoonlijke bib blijven met aandacht voor de mensen.
En tot slot wil ik graag iedereen, bestuur, medewerkers en bezoekers, bedanken voor de samenwerking, de kruisbestuiving en het plezier rond lezen.